Posts tonen met het label Ouddorp. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ouddorp. Alle posts tonen

zaterdag 12 november 2011

12 november - Zuidwest is het best

Zuidwest is het best. Niet de windrichting, want met zuidwestenwind zie je meestal niet zoveel vogels. Zuidwest-Nederland was volgens Peter en mij de beste optie voor deze zaterdag. In de Delta waren op dat moment de leukste soorten te zien en wellicht ook te vinden. Dus togen we naar Ouddorp om te beginnen in de duinen.

Bij aankomst zien we dat Niels van Houtum en Swen Rijnbeek op hetzelfde idee kwamen. Zij gaan eveneens in de bosjes rond de vuurtoren zoeken. Peter en ik zijn nog maar een kwartiertje bezig, als Niels belt dat hij hoogstwaarschijnlijk een roepende 'brubo' heeft achter huisnummer 60. We snellen terug, want het is al jaren geleden dat we beide een bruine boszanger zagen op landtong Rozenburg (2003). Na vijf minuten staan we in de tuin en horen we al snel een aantal keer het typische, smakkende geluid van een bruine boszanger. Vanuit de hoger liggende tuin lijkt het beestje een kleine vijftig meter verderop in het duin te zitten. Niels, Peter en ik lopen daarom het gebied in en horen de vogel al snel dichtbij roepen. Even zien we een schim voorbij schieten. 'Dat was 'm.' Pogingen om het geluid op te nemen mislukken, want de vogel blijft vervolgens heel erg stil en onzichtbaar. Na een uurtje besluiten we om in de rest van het duingebied te gaan struinen. Dat levert niet zoveel meer op, dus besluiten we meer tijd te steken in de Brouwersdam. Daar is tenslotte de dag ervoor een zwarte zeekoet gezien. Helaas levert onze wandeling op het strand niet veel meer op dan veel middelste zaagbekken, wat eiders, fuutjes en een sneeuwgors.

Vuurtoren Ouddorp - Rechts: Jan de Jong en Rick Schonewille zoeken naar de bruine boszanger.
Dus besluiten we maar vast naar de inlagen van Koudekerke te gaan. Wat rondrijden door de polders levert een topper en een patrijs op. Helaas geen spoor van de gemelde koereiger. We komen Corstiaan Beeke tegen die ons even lekker maakt met plaatjes van de woestijntapuit van Burghsluis. 
We rijden naar de plek van de vogel en belanden tussen wat bijzondere Belgen. Het prachtige, volwassen mannetje woestijntapuit zit ver in een omgeploegde akker. De grijze mannen in jagerskleding uit het Vlaamse land klikken er desondanks lustig op los met hun camera's. Zwijgend staan ze te wachten totdat de vogel dichterbij hipt. Dat levert voor mij het onderstaande plaatje op.

Woestijntapuit / Desert Wheatear - Burghsluis (ZL) adult mannetje
Terwijl we genieten van deze steppevogel, komt de melding dat de zeekoet toch gezien is. Enigszins gefrustreerd omdat het terugvinden ons niet gelukt is, gaan we terug naar dam en zien we, héél ver, een zwart-wit stipje dobberen. Het ding duikt veel en is lastig te vinden. Niet verwonderlijk dat we hem niet konden vinden.
We willen toch graag de gemelde kraanvogels van Ouwerkerk zien en rijden dus weer terug Schouwen op. Helaas lopen er wat jagers op de plek en zijn de vogels verdwenen. We besluiten het voor gezien te houden in Zeeland omdat we nog wat tijd willen steken in de woestijntapuit van Zuid-Holland. Dat is een jonge vogel en het lijkt ons interessant om twee verschillende kleden op één dag te zien.

Woestijntapuit / Desert Wheatear- Krimpen aan de IJssel (ZH) eerste winter mannetje

Na wat rondrijden en zoeken naar de juiste plek bij Krimpen aan de IJssel, belanden we uiteindelijk in de wijk die naast de betreffende polder ligt. We zien een paar schuurtjes met twee mensen ernaast. Op het schuurtje zit de tapuit. Tussen de koeien en geurende paardenmest laat de vogel zich goed bekijken en benaderen. Even is er een conflict tussen een jonge witte kwikstaart en de woestijntapuit. De tapuit vliegt van hot naar her en zit plotsklaps een paar seconden op anderhalve meter naast ons. We houden onze adem in en ademen weer uit als het beestje weer op het schuurdak gaat zitten. Na een praatje met Johannes Luiten, die komt aanlopen, sluiten we de dag af met de laatste roze koek. De koek was lekker vandaag.


Het op leeftijd brengen van woestijntapuiten kan nog wel eens lastig zijn. Vandaag zagen we zowel een volwassen als een jong mannetje. Links op de tekening de vogel van Krimpen. Deze had niet zo'n donker en solide masker als het volwassen mannetje van Burghsluis (rechts). Het zwart op de vleugelboeg loopt niet door tot aan het masker. Verder heeft de onvolwassen vogel brede lichte randen aan de grote dekveren en armpendekveren. De handpennen waren ook bruiner dan die van de volwassen man. Het volwassen mannetje had een dieper gekleurde borst.

donderdag 13 oktober 2011

13 oktober 2011 - Verboden gebied

- Ik heb besloten de blog toch maar in het Nederlands te schrijven, omdat Engels meer tijd kost en misschien niet eens altijd zinvol is. - 

Voor vanmorgen hebben Jaap Dijkhuizen en ik een ochtend bosjes kloppen in Ouddorp gepland. Het duingebied bij de vuurtoren is op oktoberdagen altijd erg spannend. Na een heldere nacht hopen we op veel vogels en wellicht wat spannende phyllo- of turdusachtigen. We arriveren om 08.00 uur en beginnen met het langzaam uitkammen van de bosjes langs de weg en achter het hek. Dit levert honderden zanglijsters en koperwieken op. Even lijkt er ergens een bladkoning te roepen, maar het geluid gaat verloren tussen de roepjes van goudvinken en heggenmussen. In de vroege ochtend lijkt te trek aardig op gang te komen, maar rond 10.00 wordt het toch wat rustig in de lucht. Buiten wat barmsijzen, grote gele kwikstaarten en een spannend ogende blauwe kiekendief is het niet meer dan 'onderhoudend'.

Op de weg wordt het ineens wel drukker, want we zien twee politiewagens rijden. Snel verstoppen Jaap en ondergetekende zich achter wat bosjes. De politie rijdt echter het terrein richting de vuurtoren op en heeft ons in de smiezen. We houden ons van den domme en krijgen uitgelegd dat een bewoner van de vakantiehuizen gebeld heeft. Helaas, we moeten het gebied uit. Maar dat doen we niet voordat we uitgelegd hebben hoe spannend de duinen hier zijn.

Op de terugweg naar de auto horen Jaap en ik tegelijk een bladkoning roepen in een van de tuinen. Even later is de vogel goed te horen en te zien. In dezelfde tuin bevindt zich ook een tjiftjaf met een uitgesproken wenkbrauwstreep, geaccentueerd door een zwarte oogstreep. Toch maar even een foto gemaakt.

Afwijkende tjijftjaf / Aberrant Chiffchaff - Ouddorp - ssp. abientinus?
Na de duinen is de Brouwersdam een prima plek om Jaap wat jaarsoorten te bezorgen.  Als eerste worden de roodhalsfuut, roodkeelduiker en een zwemmende kleine jager binnengetikt. De kleine jager besluit twee grote sterns op te jagen en onze kant op de vliegen. Snel pak ik mijn camera om deze buitenkans te benutten. Het is voor mij nog altijd een dilemma om foto's te maken óf de soort goed te bekijken. Door een zoeker is dat toch een stuk lastiger. Nu is wel duidelijk dat het om een eerste kalenderjaar kleine jager gaat. De opvallende lichte binnenhand, de blokkerige, bruin-crème tekening op de bovenstaartdekveren, de lichtbruine nek met wat streping en de duidelijke randen aan de dekveren wijzen op deze soort. Op afstand is al te zien dat de grondkleur van de vogel te bruin is voor een kleinste jager en dat de snavel te lang is voor die soort.

Kleine jager / Parasitic Skua - Brouwersdam



Kleine jager / Parasitic Skua - Brouwersdam
Terwijl ik op aanraden van Jaap even later een paarse strandloper probeer te fotograferen, ziet Jaap een spannende zee-eend. Met de optie 'American Scoter' in ons achterhoofd bekijken we het mannetje uitgebreid. Uiteindelijk blijkt de culmen van de vogel te weinig convex en niet helemaal geel. Een mannetje zwarte zee-eend dus. Een spannende afsluiter van deze morgen. Spannender dan het onderstaande standaardplaatje van een paarse strandloper, hoewel de soort niet minder interessant is!

Paarse strandloper / Purple Sandpiper - Brouwersdam
In een reactie via Maarten Wielstra vermeldde Alan Dean het volgende over de tjiftjaf: Dear Maarten, The first and important point to make is that colour-rendition in digital photographs is notoriously unreliable. For examples of this see the article on tristis to be found under Publications/Articles on www.club300.de. This is true even when an image is very clear, sharp and well-exposed. With the image to which you refer, the exposure is not good, which makes reliable judgement of the bird’s true colour even more subject to error. If the image is adjusted in Photoshop, to improve the exposure, then it does apparently have a ‘brown and buff’ plumage which recalls tristis. The supercilium appears very prominent even for tristis. It appears rather white, whereas on tristis the supercilium typically has a warm buff suffusion. The bill looks also rather robust and pale-based for a classic tristis, though this is a variable feature. If the observers are certain that the call was that of collybita/abietinus then this would rule out diagnosis as tristis. There have been instances where observers have reported chiffchaffs with tristis-like plumage to change their call between that of tristis and that of collybita/abietinus but that always raises questions about whether a ‘hidden’ bird was also being heard or, alternatively, whether the bird might be a hybrid between tristis and abietinus from the region of overlap west from the Urals. In summary, if an ‘adjusted’ version of the photograph truly reveals the colour of the bird as in life, then it does recall tristis. However, this is placing a lot of reliance on an photograph which may lack true colour fidelity and, if the call was also as collybita/abietinus, then the bird cannot be ascribed to tristis. It should be emphasised that abietinus is a very variable form, with very brown individuals and very pale and grey individuals not uncommon. See the following links for some useful images: http://www.elisanet.fi/antero.lindholm/Linnut/Phylloscopus/tiltaltti.html http://birdphoto.fi/lajikuvat/phycol/ The general topic of Siberian Chiffchaff is rather complicated by a number of issues, and has been explored in depth in several texts in the journal British Birds, most recently in 2010 (BB 103: 320-338). In the Netherlands, as you may know, Arnoud van den Berg has also investigated the topic of Siberian Chiffchaff in some detail (Dutch Birding, 2009, 31: 79-85). Although the British and Dutch perspectives as represented in these papers differ somewhat in respect of the issue of hybridisation, both deal quite thoroughly with the more general issues. You may like to consult Arnoud van den Berg also.            Regards,  Alan

In my earlier reply, I did not deal with Mountain Chiffchaff, which you also mentioned. This can indeed look very like tristis. One useful feature is that the supercilium in Mountain Chiffchaff often extends across the forehead, forming a pale ‘bridge’. The Dutch chiffchaff does not show this feature. Mountain Chiffchaff and other southern forms are the topic of a research project by Lars Svensson and Jose Luis Copete. They will be publishing something in due course.                Regards,  Alan